Dr. Edward Bach

 

De uitvinder van de Bach Bloesem Remedies is Edward Bach (1886-1936, spreek uit betsj). Hij werd geboren in Moseley nabij Birmingham in Engeland. In 1912 behaalde hij zijn artsdiploma en in de volgende twee jaar bij diverse instellingen aanvullende diploma's. Vanaf 1913 had hij een praktijk aan Harley Street in Londen. Details over zijn levensloop en de volledige tekst van zijn boeken zijn te vinden op www.edwardbach.org.


Hij werd in 1917 ernstig ziek. Hij bleek kanker van de milt te hebben, werd geopereerd, en herstelde ondanks dat hij te horen had gekregen dat hij nog maar drie maanden te leven had. Zijn genezing zou te danken zijn aan zijn volharding en zijn geestelijke krachten. Dat vormde de inspiratie voor zijn spirituele verklaring van ziekten; hij bleef echter tamelijk ziekelijk. In 1919 maakte hij kennis met de homeopathie en hij trad in dienst bij het London Homoeopathic Hospital. Daar wijdde hij zich aan de uitwerking van de zogeheten zeven nosoden van Bach. Nosoden zijn de algemene naam voor homeopathische middelen verkregen uit ziekteproducten, in Bach' geval uit feces, urine, pus, bloed, cerebrospinale vloeistof en afgestorven weefsel van aangetaste organen. Deze oraal toegediende middelen zouden volgens Bach zeven verschillende typen ingewandsbacteriën bestrijden die hij had weten te isoleren (Weeks 1994; Bach 2004).


Voortbouwend op de ingevingen van de grondlegger van de homeopathie, Samuel Hahnemann . Bach onderscheidde vervolgens zeven negatieve gemoedstoestanden (angst, onzekerheid, gebrek aan interesse, eenzaamheid, overgevoeligheid, wanhoop, overbezorgdheid) met overeenkomstige positieve geestelijke instellingen (moed enzovoorts). Deze koppelde hij ook aan de essenties van bloemen die hij in het wild aantrof. Hij meende dat de bloemen de essentie van de actieve principes van de plant bevatten en dat zij dus vol zaten met natuurlijke geneeeskracht en dat zij energetisch zouden kunnen resoneren met mensen. Zo zouden de bloemen mensen kunnen beter maken, als ze tenminste bij het karakter van de patiënten pasten.


Bach verliet Londen om zich te kunnen wijden aan deze bloemenessenties en ging naar Noord-Wales nabij het dorpje Bettws-y-coed, maar vertrok vandaar hetzelfde jaar naar Cromer in Norfolk. Zijn eerste werkje was ongeveer viermaal de lengte van dit artikel, en hij schreef het tijdens een vakantie aan zee in Abersoch in Wales. Het is getiteld Heal Thyself: An Explanation of the Real Cause and Cure of Disease (Londen, 1931). Er staan geen recepten in. In dat boekje zijn trouwens de zeven oerziekten de volgende: trots, wreedheid, haat, eigenliefde, onwetendheid, onstandvastigheid en hebzucht, een variatie op de zeven hoofdzonden. Ondertussen had hij al vanaf 1928 op diverse plekken planten verzameld en inFree Thyself (1932) noemt hij de volgende twaalf: reuzenbalsemien, maskerbloem, bosrank, waterviolier, ijzerhard, agrimonie, chichorei, duizendguldenkruid, loodkruid, gentiaan, zonneroosje, hardbloem. Eerder gevonden planten zoals cipres en akkermelkdistel waren kennelijk bij nader inzien toch niet goed genoeg. Loodkruid is om precies te zijn Ceratostigma willmottiana, een gewas dat afkomstig is van de Tibetaanse hellingen van de Himalaya en pas in 1908 op de Britse eilanden ingevoerd. Maskerbloem is de Amerikaanse plantMimulus luteus. Vanaf 1932 kreeg Bach ook last met medische autoriteiten vanwege zijn reclame voor zijn kruidenmiddelen.


Einde 1933 stelde hij een mengsel samen dat beroemd geworden is onder de naam Rescue Remedy. Het was bedoeld voor ernstig geschokte patiënten, ongeacht de oorzaak van hun trauma. Hij werd voornamelijk bijgestaan door Nora Gray Weeks. Tezamen wisten zij voor zijn dood in november 1936 welgeteld 38 bloemessences te verzamelen, elk geassocieerd met een deelaspect van een der zeven negatieve geestestoestanden. Daaronder is ook rotswater, oftewel bronwater.
Bach geloofde in het pythagorische idee dat de geur van bloemen eigenlijk hun ziel is, en dat de genezende krachten van een plant dus in de bloem zitten. Die krachten gaan over in dauwdruppels op de bloem die door de zonnestralen verwarmd worden.
De gelijkenis met de homeopathie is treffend; het verdunnen, maar ook het signatuuridee (reuzenbalsemien oftewel Impatiens glandulifera bij ongeduld,Mimulus luteus of maskerbloem bij angsten, eik voor betrouwbaarheid en een Tibetaanse – dus niet-Engelse – plant voor gebrek aan zelfvertrouwen) en ook het idee dat het om geestelijke effecten gaat en dat het gebrek aan materiële basis irrelevant is. In tegenstelling tot de homeopathie wordt aangenomen dat een overdosis geen gevaar oplevert. Van teveel kamperfoelie (tegen spijt) wordt men geen psychopaat.